Diagnostiek, observatie en behandeling vinden plaats gedurende drie of vier dagen per week.
Gezien de jonge
leeftijd van de kinderen, van 2 tot en met 5 jaar,
vindt de behandeling plaats op alle werkdagen, met
uitzondering
van de woensdag.
Het behandelklimaat in de groep is in alle opzichten
gericht op communicatie, zowel talig als niet-talig.
We zoeken naar communicatiemogelijkheden die
het beste passen bij het individuele kind om tot een
gerichte aanpak en verbetering te komen van de (pre)
symbolische ontwikkeling en communicatieve mogelijkheden.
Een diagnose- en behandelgroep heeft een team van verschillende deskundigen: pedagogisch medewerkers, een ouderbegeleider, logopedist, kinderoefentherapeut/ psychomotorisch kindertherapeut en psycholoog en/of orthopedagoog. Een spraaktaalpatholoog en/of klinisch linguïst en een speltherapeut kunnen toegevoegd worden. Op consultbasis wordt gebruik gemaakt van kinderarts en kinderpsychiater.
Het contact met de ouders speelt een belangrijke rol bij de behandeling. Samen met de ouders bespreekt het behandelteam welke vaardigheden het kind thuis en binnen de groep kan oefenen en aanleren. De ouderbegeleider en/of pedagogisch medewerkers ondersteunen de ouders bij opvoedingsvragen.
Een diagnose- en behandelgroep heeft een team van verschillende deskundigen: pedagogisch medewerkers, een ouderbegeleider, logopedist, kinderoefentherapeut/ psychomotorisch kindertherapeut en psycholoog en/of orthopedagoog. Een spraaktaalpatholoog en/of klinisch linguïst en een speltherapeut kunnen toegevoegd worden. Op consultbasis wordt gebruik gemaakt van kinderarts en kinderpsychiater.
Het contact met de ouders speelt een belangrijke rol bij de behandeling. Samen met de ouders bespreekt het behandelteam welke vaardigheden het kind thuis en binnen de groep kan oefenen en aanleren. De ouderbegeleider en/of pedagogisch medewerkers ondersteunen de ouders bij opvoedingsvragen.

